Jan in zijn dagboek:
Dinsdag 4 April 1944.
Op de fabriek
heerscht een geprikkelde stemming over de verplichte 2e Paaschdag. Iedereen
is nijdig, de Duitschers niet in het minst. In de Gummiefabriek hebben de
arbeiders zelfs geweigerd te werken. Het geschil schijnt echter weer zo’n
beetje bijgelegd te zijn.
’s Avonds heb ik
Hans Bornewasser, die een week verlof naar familie in Essen heeft genomen, naar
het station gebracht. Een over-overvolle trein (daar morgen het reisverbod voor
de Paaschdagen ingaat), zoodat hij nog maar net een plaats kon krijgen. De trein
stond nog niet stil of de eerste ruiten gingen al aan scherven. Ik ben benieuwd
of Hans nog terug komt, of dat hij kans ziet over de grens te komen.
Achteraf heb ik
er eigenlijk spijt van dat ik ook niet een week verlof heb genomen naar München
of naar Heidelberg. Misschien met Pinksteren, hoewel de tijd daar niet zo
gunstig ligt.
Woensdag 5 April 1944.
Vanmiddag alarm
van 2.45 – 3.30 Niets gebeurd. Alleen bleek naderhand dat datgene, wat we voor
schieten hielden, onweer was. Het is namelijk onmatig zwoel geworden, vandaar
het onweer.
Pakket van 29
Maart van huis ontvangen met alle mogelijke lekkere Paaschverrassingen, en
verder (God zij dank) een onderbroek en een overhemd, dingen waar ik een hevig
tekort aan heb.
…
Geen opmerkingen:
Een reactie posten